Chipidentificatie

Een identificatiechip is een kleine capsule van speciaal glas ter grootte van een rijstkorrel met daarin een transponder
bedoeld voor de identificatie van dieren.

De identificatiechip wordt met behulp van een speciale injectienaald tussen de schouderbladen onder de huid aangebracht. Het speciale glas van de chip zorgt er vervolgens voor dat de chip met het weefsel vergroeit.
De transponder bevat een uniek nummer van vijftien cijfers waardoor de identiteit van een dier makkelijk te achterhalen is. Om het identificatienummer te kunnen lezen wordt gebruik gemaakt van speciale chiplezers. Deze chiplezers worden langs het lichaam van een dier gehaald en zodra de chiplezer in de buurt van de chip is zal op het scherm de vijftiencijferige code verschijnen. Aan de hand van deze code kan vervolgens de identiteit van het dier gecontroleerd worden, of in geval van een gevonden dier kan men dit nummer doorgeven aan een centrale databank die dan de gegevens van de eigenaar van het dier kan geven.
Hoewel de chip het meest gebruikt wordt bij katten en honden zijn er meerdere diersoorten die gechipt kunnen worden, bij paarden is het zelfs verplicht. Omdat er voor identificatiechips een ISO-norm is afgesproken kunnen dieren in ieder land met dezelfde chiplezer gelezen worden.
Een identificatiechip reageert op een signaal dat de chiplezer verstuurt. De chip stuurt vervolgens de code naar de chiplezer. Hierdoor hoeft de identificatiechip geen batterij te bevatten.